breinballon.png
Hoe weet ik welke (design)stoel ik moet kiezen?

Hoe weet ik welke (design)stoel ik moet kiezen?

Steeds opnieuw kom ik ze tegen. Het koude industriële staal van le Corbusier dat haar kubistische lederen blokken steeds strakker lijkt te beknellen. Of juist de golvende lijnen van Pierre Paulin die in vrolijke tinten om aandacht staan te schreeuwen terwijl ze dansen om de tafel. En dan nog niet te spreken van de Mart Stam’s (of was het Marcel Breuer’s) leger aan minimalistische buisframe zetels? Allemaal geniaal, en hun tijd ver vooruit. Maar inmiddels bezetten ze in grote getale onze Nederlandse interieurs, en houden daarmee een hele lichting nieuw design buiten.

Maar waarom zijn deze designiconen nou zo populair? Weerstaan ze echt de tand des tijds en passen ze in ieder interieur? Of is die algemene - en breed gedragen - mening dat dit “modern en tijdloos” is, juist een (slecht) bewijs van smaak voor design?

En wat is nou precies “design” (behalve een werkwoord)? Een vraag waar ik geen bevredigend antwoord op kan geven. Net als de vraag over wat “kunst” is, is ook design onderhevig aan de tijdsgeest. Waar we net ontsnapt zijn aan de idee dat goed design vooral functioneel en slim reproduceerbaar zou moeten zijn, kenden we eerder juist kwaliteit toe aan handwerk en vakmanschap. En inmiddels, in een tijd dat design en beeldende kunst dichter naar elkaar groeien , schuwen we overdaad of zelfs kitch ook al niet meer. Sterker nog - design lijkt inmiddels maatschappelijke issues, als auteursrechten of duurzaamheid, op brutale wijze te vertalen. Zo brandde Maarten Baas verschillende designklassiekers af om ze vervolgens te behandelen met epoxy. En mixte Philippe Starck drie stoelen in-een met zijn onlangs verschenen “Masters chair”. In dat licht lijken de eerste slechte kopieën van eerdergenoemde buisframe stoeltjes op een vorm van (onbedoelde) vroeg Chinese punk uit het tijdperk van massafabricage.

Vanuit bovenstaand kader doen we een simpele A B test op ons atelier: we presenteren A: een gedurfd interieur met waanzinnig gave meubels - maar dan onbekend. Versus B: we presenteren een net zo gedurfd interieur met designklassiekers, smijten met merken en labels die je als design professional moet waarderen. En wat blijkt? In variatie A hebben we veel meer uit te leggen. Terwijl er in variant B een vele malen meer soepeler gesprek (en opdracht) volgt. 

Hallo ontwerper, ga los en verras me. Maar het moet ergens wel vertrouwd blijven” Is dat het ?
Is de wereld dan gewoonweg eensgezind over hoe goed design eruit zou moeten zien? ...of is alles anders dan mainstream nog altijd een beetje eng?

Waar ik heen wil, met dit (inmiddels opinie) stuk, is niet een degraderen van de status quo in de meubel industrie. Maar de overdracht van mijn passie om iets nieuws te ontdekken. 
Dagelijks ontmoet ik nieuwe ontwerpen, gekke ontwerpen, onverwachte ontwerpen. Soms helemaal over de top (wat dan ook weer ok is) en soms mooi Nederlands vakmanschap . Zo is er een heel pallet aan onbekende ontwerpers en kunstenaars die mij net zo kunnen raken als de objecten in die breed gedragen design opinie van Nederland. En in plaats van te appelleren aan de publieke opinie, is dat precies waar het over zou moeten gaan: Artistieke kwaliteit en de constante vernieuwing daarvan.

Door niet te vernieuwen, vindt er ook geen investering plaats in vernieuwing. Oftewel “design” , wat juist een sterk export product van Nederland is! Hierop zou ik dan ook willen uitnodigen om, net als in de kunst, je geest verder open te stellen. Dompel jezelf onder in de wereld van de Nederlandse (of zelfs regionale) ontwerpsector. En stimuleer deze door hierin te investeren. Kleine namen worden groot. En soms niet… 
Maar dan heb je nog steeds een goeie stoel, nietwaar?

Roger Haan
interieurarchitect 

 

 

 

Oud Engels - Fris vertaald naar het Nederlands

Oud Engels - Fris vertaald naar het Nederlands

Haribo kaken

Haribo kaken